Methode
Zo komen wij aan onze cijfers
Een rekentool die je niet kunt narekenen, is een mening met een uitkomst-knop. Daarom staat hier alles: de formules, de aannames én de regels die we onszelf opleggen bij het verzamelen van data.
1. De terugleverkosten-tabel
De tarievendata komt uit de dagelijks bijgehouden dataset van zonnesaldo.nl (CC BY 4.0), gemaakt door dezelfde maker als deze site. WeetWatt haalt die dataset elke dag automatisch op en controleert hem vóór publicatie: verplichte velden aanwezig, bedragen numeriek, netto nooit hoger dan bruto, en een document dat plotseling krimpt wordt geweigerd. Daarbovenop gelden vier regels die je in de tabel terugziet:
- Onbekend is niet nul. Een leverancier zonder bekendgemaakt tarief krijgt een streepje en telt niet mee in gemiddelden of ranglijsten. Onbekenden als € 0 meetellen flatteert de markt — dat doen we dus niet.
- Elke rij toont zijn eigen controledatum. Rijen worden op verschillende dagen gecheckt; één datum boven de tabel zou sommige rijen verser voordoen dan ze zijn. De tabel als geheel is bovendien nooit verser dan zijn oudst gecontroleerde rij — die datum tonen we erbij.
- “Kosten” is afgeleid en heet dat ook. Leveranciers noemen bruto en netto; het kostenbedrag ertussen berekenen wij (bruto − netto) en labelen we als afgeleide.
- Herkomst blijft zichtbaar. Een rij die automatisch uit vergelijkingsdata is overgenomen (na meerdere controles over meerdere dagen) draagt het label “auto”; rijen zonder dat label zijn eerstehands bij de leverancier gelezen. Automatisering mag herkomst niet witwassen.
Mislukt het dagelijkse ophalen, dan tonen we de laatst bekende data mét de oorspronkelijke datums — nooit een vers stempel op oude cijfers.
Dezelfde data vult de tariefvelden van de rekentool: kies je leverancier en de terugleverposten springen op zijn eigen, gecontroleerde bedragen. De vier regels hierboven gelden daar onverkort, en dat is aan de tool te zien. Een leverancier zonder bekendgemaakt bedrag vult niets in — de schuif blijft op jouw eigen aanname staan en de tool zegt erbij waarom. Ook wat er structureel niet in de tarievenmonitor staat (de inkoopvergoeding, en het leveringstarief dat je per afgenomen kWh betaalt) wordt niet ingevuld, hoe compleet een volledig gevuld formulier er ook uit zou zien.
2. De prijsindex
Batterijprijzen meten we elke ochtend rechtstreeks bij Nederlandse webshops, via de gestructureerde productdata (schema.org) die winkels zelf publiceren. Drie regels bepalen wat een “prijs” mag heten:
- Onbekende btw-basis = niet meetellen. Vermeldt een winkel niet controleerbaar of een bedrag in- of exclusief btw is, dan blijft die prijs buiten de index. Gokken op de btw-basis is hoe je er 21% naast zit.
- Uitverkocht is geen prijs. Een bedrag voor een product dat je niet kunt kopen, telt niet mee. We geloven daarbij de pagina boven de metadata: zegt de pagina “niet leverbaar” terwijl de metadata “op voorraad” roept, dan wint de pagina.
- Alleen echte wijzigingen worden vastgelegd. Zo bouwt de index een geschiedenis van gebeurtenissen op (prijs veranderd, voorraad veranderd) in plaats van een dagelijkse kopie — en kan hij straks laten zien hoe prijzen echt bewegen.
3. De terugverdientijd-rekentool: 8.760 uur, geen gemiddelden
De rekentool simuleert een volledig jaar, uur voor uur. Voor elk van de 8.760 uren staat vast wat je huis vraagt, wat je panelen leveren en wat stroom op dat moment kostte. De batterij mag daar iets mee doen, en aan het eind van het jaar maken we de rekening op — twee keer: één keer zonder batterij en één keer met. Het verschil tussen die twee rekeningen is de besparing.
Dat “twee keer” is geen detail. Modellen die de voordelen van een batterij bij elkaar optellen — zelfverbruik plus vermeden terugleverkosten plus handel — tellen dezelfde kWh vaak twee keer, want het is één accu die maar één ding tegelijk kan. Door het verschil van twee doorgerekende jaren te nemen, kán dat niet gebeuren.
De drie reeksen, en waar ze vandaan komen
| Reeks | Bron | Waarom deze |
|---|---|---|
| Stroomprijzen per uur | EPEX day-ahead Nederland, uit onze eigen gespiegelde historie (ENTSO-E), met de publieke EnergyZero-API als tweede bron | Echte uren, dus ook de 584 uren met een negatieve prijs in 2025. Die zie je in geen enkel gemiddelde terug. |
| Verbruik per uur | NEDU/MFFBAS standaardverbruiksprofiel, categorie E1A (huishouden, enkeltarief, zonder eigen opwek) | Dit is niet ons idee van een huishoudprofiel — dit is de curve waarmee de Nederlandse energiemarkt kleinverbruikers daadwerkelijk afrekent, per kwartier, met feestdagen en seizoenen erin. |
| Zonopwek per uur | PVGIS v5.3 (SARAH3), Joint Research Centre van de Europese Commissie, locatie De Bilt, drie dakoriëntaties | Echt weer van een echt jaar, inclusief de bewolkte week in mei. Geen sinusje over de dag. |
Alle drie hangen aan dezelfde urenindex per kalenderjaar. Een Nederlands jaar telt precies 8.760 uren, ook mét zomertijd: de nacht in maart is een uur korter en die in oktober een uur langer, en dat valt tegen elkaar weg. Het model staat online — je kunt de reeksen downloaden en onze uitkomst zelf narekenen.
Of je eigen meterdata, in plaats van het gemiddelde profiel
Heb je een export van je slimme meter, HomeWizard, Home Assistant of je netbeheerder, dan vervangt die het NEDU-profiel. Dan is het geen gemiddeld huishouden meer maar het jouwe: jouw ochtendpiek, jouw vakantie, jouw vriezer in de garage. Dat bestand blijft in je browser — het wordt daar gelezen en gaat rechtstreeks naar de rekenmodule. Wij ontvangen het niet en slaan het niet op.
Er zit één ding in dat makkelijk fout gaat en dat wij daarom hardop doen. Een P1-poort meet het net en niet het huis: heb je zonnepanelen, dan is de afname die je meter registreert al verminderd met je eigen zonnestroom. Wie die reeks rechtstreeks als “verbruik” doorrekent, telt het zelfverbruik dat er al af is een tweede keer mee en krijgt een veel te lage uitkomst. Wij rekenen daarom terug naar de werkelijke vraag van het huis:
vraag = afname − teruglevering + opwek
De eerste twee komen uit je bestand, de derde uit onze PVGIS-reeks voor het dak dat jij instelt. Dat laatste is dus een reconstructie en geen meting, en de tool laat precies zien hoe goed hij lukt: het aantal uren waarin de som onder nul uitkomt is het signaal dat het ingestelde vermogen niet bij je meting past. Ook wat er herkend is — welke kolommen, welke eenheid, meterstanden of intervalverbruik, welke periode — staat op het scherm, want een bestandslezer die stilzwijgend zijn gang gaat, kun je bij 35.000 regels niet controleren. Uren die je export niet dekt worden aangevuld met het standaardprofiel, geschaald op jouw eigen niveau, en het aantal aangevulde uren staat erbij.
Zelfverbruik is bij ons een uitkomst, geen invoerveld
Elke andere rekentool in Nederland vraagt: “welk deel van je zonnestroom gebruik je nu al zelf?” Dat percentage bepaalt vervolgens vrijwel de hele uitkomst — en het is precies de knop waarmee je elke gewenste terugverdientijd kunt produceren. Omdat wij het huisverbruik en de zonopwek als losse reeksen naast elkaar leggen, rolt dat percentage er bij ons uit. Voor een gemiddeld huis met 4 kWp komt het op ongeveer 33% zonder batterij.
Wat er in zit dat elders ontbreekt
- Negatieve prijzen. In 2025 waren er 584 uren waarin je geld toelegt op teruglevering. Een batterij die dan níet teruglevert, verdient daaraan — een voordeel dat in een jaargemiddelde volledig wegvalt.
- Het vermogen van de omvormer. Niet de accu maar de omvormer bepaalt hoe snel je kunt laden en ontladen. 15 kWh achter 2,5 kW krijg je in een avondpiek van drie uur niet leeg. Modellen die alleen met capaciteit rekenen, verkopen de bovenste helft van die batterij als opbrengst die er nooit uit komt.
- Standbyverbruik. Een thuisbatterij die niets doet, gebruikt 20–50 watt. Bij 30 W is dat 263 kWh per jaar, zo’n € 70 aan stroom die van de opbrengst af moet. Wij hebben geen andere Nederlandse rekentool gevonden die dit meetelt.
- Belasting en btw aan één kant. Over een afgenomen kWh betaal je energiebelasting en btw; over een teruggeleverde kWh krijg je die na het einde van salderen niet terug. Dat gat is veel groter dan het gat tussen twee marktprijzen, en het is de reden dat zelf opmaken bijna altijd meer waard is dan handelen.
- Vier manieren van aansturen, apart doorgerekend. Alleen zelfverbruik, alleen handelen op de beurs, vaste tijden, en beide tegelijk. In 2025 verliest een batterij op vaste nachttijden zelfs geld: de nacht is niet meer het goedkope moment — de middag is dat, dankzij zonnestroom.
- Contante waarde en rendement, niet alleen terugverdientijd. Een terugverdientijd doet alsof € 400 in jaar 12 hetzelfde waard is als € 400 nu. Wij tonen er de netto contante waarde en het jaarrendement bij, zodat je een batterij naast een spaarrekening kunt leggen.
Hoe de aansturing plant
De slimme strategieën plannen vooruit met de dagprijzen in de hand, en dat is geen valsspelen: de prijzen voor morgen worden vandaag om 13:00 gepubliceerd, en elke slimme aansturing kent ze. Daarom loopt ons planvenster óók vanaf 13:00 en kijkt het tot het eind van morgen — 35 uur vooruit, waarvan 24 worden uitgevoerd voordat er opnieuw gepland wordt. Een model dat elke middernacht opnieuw begint, kan ’s avonds nooit goedkoop inkopen voor de ochtendpiek erna en rekent de batterij dus elke nacht kunstmatig leeg.
Omdat een echte regeling het theoretische optimum niet haalt — hij moet ook opwek en verbruik voorspellen — trekken we daar standaard 15% vanaf. Dat percentage is een aanname, en het staat daarom als schuif in de tool en niet verstopt in de code.
Wat het verschil maakt met ons oude dagmodel
Tot augustus 2026 rekende deze site met een dagmodel: gemiddelden vermenigvuldigen. Dat model staat er nog, als ijkpunt. Voor een standaardhuis (3.500 kWh, 4 kWp, 10 kWh batterij van € 4.500, dynamisch contract, prijzen van 2025) zegt het oude dagmodel € 447 per jaar en de uursimulatie € 315 per jaar. Het dagmodel zat er dus 42% naast, en wel naar boven — de vriendelijke kant. Dat is precies waarom deze pagina bestaat.
4. Wat dit model bewust níet doet, en wat eraan schort
- De onbalansmarkt wordt niet gesimuleerd. Sturen op onbalans levert méér op dan handelen op dagprijzen, maar wij hebben die prijshistorie niet in huis. De tool biedt daarom een toeslag per kWh die je zélf invult, en markeert het resultaat als deels geschat. Liever een zichtbare schatting dan een onzichtbare aanname.
- Voor 2024 en 2025 komt de zonnedata uit weerjaar 2023. De Europese instralingsdatabase loopt niet verder. Prijzen en verbruik zijn wél van het gekozen jaar. Daardoor ontbreekt de dag-op-dag samenhang tussen weer en prijs — op een zonnige dag zijn de middagprijzen laag — en dat maakt de handelsopbrengst eerder iets te hoog dan te laag. De tool zegt dit erbij, en voor 2021 en 2022 komt alles uit hetzelfde jaar.
- We rekenen per uur, niet per kwartier — en dat scheelt 6,7%. Sinds 1 oktober 2025 handelt de Nederlandse markt op kwartierbasis. Een uur is bij ons het gemiddelde van zijn vier kwartieren, en dat vlakt de haalbare prijsverschillen af. We hebben gemeten hoevéél: over 314 dagen waarvan wij kwartierprijzen hebben (1 oktober 2025 t/m 10 augustus 2026) haalt een batterij op kwartierbasis hoogstens € 372 uit de prijsverschillen en op uurbasis € 347 — 6,7% minder, oftewel zo’n € 29 per jaar aan bovengrens. Op losse dagen liep het op tot 33%, steevast in oktober en november.
Twee dingen horen daarbij. Het zijn bovengrenzen aan beide kanten — zonder rendement, zonder belasting en zonder de eis dat je pas kunt ontladen wat je eerst hebt geladen — dus het percentage is de betekenisvolle uitkomst en die € 29 is geen bedrag dat je misloopt. En het raakt alleen het handelsdeel: zonnestroom die je zelf opmaakt, wordt er niet minder van. Onze uitkomst valt dus iets aan de lage kant uit, en dat is de kant waar we hem het liefst hebben.
Waarom we het dan niet gewoon per kwartier rekenen: dat kán nog niet eerlijk. Kwartierprijzen bestaan pas vanaf 1 oktober 2025, dus van onze vier referentiejaren heeft er één een staart van drie maanden en hebben de andere drie niets — het eerste volledige kwartierjaar is 2026, en dat is in januari 2027 rond. Bovendien levert PVGIS alleen uurinstraling. Twee van de drie reeksen zouden dus verzonnen moeten worden, en dan is de uitkomst preciezer in de vorm maar niet in het antwoord. - Het NEDU-profiel is een gemiddeld huishouden, en jij bent dat niet. Wie thuiswerkt, in ploegendienst werkt of een sauna heeft, wijkt af. Daarom kun je sinds augustus 2026 je eigen meterexport inlezen; zie hierboven. Zonder zo’n export blijft het gemiddelde profiel de basis, met deze beperking.
- Netbeheerkosten en toekomstige capaciteitstarieven zitten er niet in. Als er een tarief komt dat piekvermogen beprijst, wordt een batterij méér waard dan deze tool laat zien.
- Het model rekent vanaf het einde van salderen. Voor 2026 geldt nog saldering; die laatste maanden zitten er niet in, omdat ze voor een beslissing over tien jaar nauwelijks uitmaken.
- Geen opbrengsten uit sturingsprogramma’s als vast bedrag. Vergoedingen van aanbieders wisselen per jaar en dalen bij drukte; we noemen ze in de uitleg, maar rekenen ze niet standaard mee.
- Geen aankoopadvies per merk. Wij testen (nog) geen individuele batterijen. Zodra we dat doen, lees je hier hoe.
Eén controle die we onszelf opleggen
NEDU publiceert ook een gemeten invoedingsprofiel: de vorm waarin Nederlandse huishoudens met panelen daadwerkelijk terugleveren. Dat profiel gebruiken we niet om mee te rekenen, maar om onszelf te controleren. De teruglevering die uit onze simulatie rolt (zonder batterij) correleert uur-op-uur met 0,76 met die gemeten curve, en de maandverdeling loopt binnen enkele procentpunten mee. Het grootste verschil zit in juni en juli, en dat is precies te verklaren uit het geleende weerjaar hierboven. Een model dat zijn eigen tussenstap nergens aan spiegelt, is een model dat je niet kunt betrappen.
5. De warmtepomp-rekentool
Deze tool is bewust géén uursimulatie. De invoer is één getal van de jaarafrekening — je gasverbruik — en op dat getal een uurmodel zetten zou een precisie suggereren die de invoer niet heeft. Het is een jaarmodel op jaargemiddelden, en dat staat er ook bij. Wie wil weten wat een warmtepomp in de dure winteruren doet, hoort in de uursimulatie thuis; de knop onder het resultaat zet het berekende stroomverbruik daar alvast in.
De rekenvolgorde, in vier stappen:
- De meterstand splitsen. Koken (60 m³ als er op gas gekookt wordt) en warm water (55 m³ per bewoner) gaan eraf. Wat overblijft is ruimteverwarming, en dat is het enige deel dat de warmtepomp overneemt. Bij een gemiddeld huishouden verdwijnt hier 15 tot 20% van de meterstand uit de som — precies de stap die het verschil tussen brochure en jaarafrekening verklaart.
- Gas omrekenen naar warmte. 9,769 kWh per m³ (bovenwaarde Groningen-gas, 35,17 MJ) maal het jaarrendement van de bestaande ketel, standaard 0,95.
- Warmte omrekenen naar stroom. Delen door de SCOP, en die hangt aan het afgiftesysteem en niet aan het merk: 3,0 op gewone radiatoren (55–70 °C), 3,8 op LT-radiatoren, 4,5 op vloerverwarming. Tapwater krijgt een eigen, lagere COP van 2,6, want dat vraagt 55–60 °C ongeacht wat de radiatoren doen. Een hybride pomp neemt standaard 70% van de ruimteverwarming over en laat de pieken én het tapwater aan de ketel.
- Kosten vergelijken. Gas nu (verbruik × prijs + vastrecht) tegen straks (extra stroom + resterend gas + vastrecht zolang de aansluiting ligt). Die laatste post is geen detail: één gaspit houdt in zijn eentje zo’n € 230 per jaar aan netbeheerkosten in de lucht, en dat is het echte verschil tussen hybride en volledig elektrisch.
De ISDE staat er als formule naast: basisbedrag + bedrag per kW + de A+++-toeslag. Voor 2026 is dat € 1.025 + € 225/kW + € 200 (RVO, gecontroleerd 15 juli 2026). Voor 2027 ligt er een concept waarin het bedrag per kW naar € 120 zakt; de internetconsultatie sluit op 21 augustus 2026. Dat bedrag staat overal op de site als concept gemarkeerd, en het verschil wordt uitgerekend in plaats van als “meer dan € 1.000” opgeschreven: het is € 105 per kW, dus onder ongeveer 9,5 kW haal je die duizend euro niet. Het benodigde vermogen schatten we met de vuistregel “gas voor verwarming gedeeld door 200”, en die schatting is een schuif — het ISDE-bedrag hangt er rechtstreeks aan, dus wie het echte getal van zijn installateur heeft, hoort het te kunnen invullen.
Wat dit model níet doet
- Geen weerjaar, geen uurprijzen. Een warmtepomp draait in de winter, in de duurste uren van de dag. Op een dynamisch contract betaal je voor die stroom dus méér dan het jaargemiddelde. De tool rekent met één stroomprijs, en dat is aan de vriendelijke kant — de schuif staat er daarom bij met de waarschuwing niet te scherp te rekenen.
- Geen isolatie, geen nieuwe radiatoren. Die zijn vaak nodig om de aanvoertemperatuur omlaag te krijgen, maar het zijn investeringen met een eigen opbrengst. Ze in de terugverdientijd van de pomp stoppen maakt beide getallen onbruikbaar.
- Een hybride krijgt geen COP-bonus. In de praktijk draait een hybride alleen in het mildere deel van het seizoen en haalt hij daardoor een iets hoger seizoensrendement dan dezelfde machine die het hele jaar moet trekken. Dat verrekenen we niet — het valt dus in het nadeel van de hybride uit.
- Geen 55 m³-persoon bestaat echt. Warm water is douchegedrag, en dat varieert makkelijk een factor twee tussen twee huishoudens van dezelfde omvang. Het getal is een modelaanname en staat daarom hier, met de rest.
6. De Verdienindex
De Verdienindex zet gepubliceerde opbrengstclaims om naar euro per maand. Dat is één rekenstap: het bedrag gedeeld door het aantal maanden in zijn eigen periode. Zonneplans halfjaarbedrag door zes, Franks jaarbedrag door twaalf, Essents maandbedrag door één.
Drie dingen doen we met opzet níet. We rekenen niet naar een jaar: in 2026 zat er een factor 2,4 tussen de slechtste en de beste maand, dus wie een halfjaar verdubbelt kiest impliciet welke helft. We rekenen niet naar een andere batterijmaat — Zonneplans eigen cijfers zijn niet lineair, en alleen wanneer een bron zelf per kW rekent nemen we die normalisatie over. En we rekenen niet over de verdeelsleutel heen: een bedrag vóór en ná het aandeel van de aanbieder zijn verschillende grootheden, en bij de meeste claims is niet gepubliceerd welke van de twee het is. Dat staat er dan ook zo.
Elke claim draagt het letterlijke citaat van zijn bron. Een maandelijkse job leest die pagina opnieuw en controleert of de zin er nog staat. Verandert het bedrag, dan komt dat in een goedkeuringswachtrij en niet in de tabel — bij zulke bedragen hoort een periode, een batterijmaat en een verdeelsleutel, en die staan zelden in dezelfde zin als het getal. Dezelfde grens als bij de sturing-matrix.
De gemeten reeks komt van mijnbatterij.nl: het handelsresultaat van ruim vierhonderd zelfrapporterende batterijen, per kalendermaand genormaliseerd naar 10 kW. Dat is zelfrapportage, en wie zijn batterij aan een meetdienst koppelt is niet de gemiddelde bezitter — dat trekt het gemiddelde eerder omhoog dan omlaag.
De bovengrens is van onszelf, en is bewust ruim. Per dag berekenen we op dezelfde EPEX-reeks als de rekentool het maximale prijsverschil dat een batterij van 20 kWh achter 10 kW had kunnen pakken met één cyclus en 90 % retourrendement, met perfecte vooruitblik. Daar zit geen energiebelasting, netbeheer, btw of leveranciersmarge in, en niemand handelt met perfecte vooruitblik: het is geen opbrengst maar een plafond. De waarde zit in wat eroverheen komt — dat kan niet van de day-ahead-beurs komen, en is dus onbalans.
7. Fouten en correcties
Vind je een cijfer dat niet klopt, of een claim zonder bron? Mail hoi@weetwatt.nl. Correcties voeren we zichtbaar door: de controledatum bij de bron verspringt mee, en bij inhoudelijke wijzigingen vermelden we wat er is aangepast.
Bronnen en controle
- Mijnbatterij.nl — gemeten maandresultaten per 10 kW over 400+ batterijen (zelfrapportage; databron van de Verdienindex) gecheckt 10 augustus 2026
- Zonnesaldo — 2027-tarievenmonitor (databron, CC BY 4.0) gecheckt 9 augustus 2026
- NEDU/MFFBAS — standaardverbruiksprofielen elektriciteit (verbruiksreeks) gecheckt 9 augustus 2026
- PVGIS v5.3 — Joint Research Centre, Europese Commissie (zonnereeks) gecheckt 9 augustus 2026
- Het model zelf: alle uurreeksen, met herkomst per bestand gecheckt 9 augustus 2026
- RVO — ISDE: bedragen warmtepompen (invoer voor de warmtepomp-rekentool) gecheckt 15 juli 2026
- Internetconsultatie ISDE 2027 (concept) — € 120 per kW, sluit 21 augustus 2026 gecheckt 9 augustus 2026
- Deze methodebeschrijving geldt per gecheckt 9 augustus 2026